Waarom wandelen je hoofd soms verder helpt dan nadenken

Ken je dat?

Je zit ergens mee. Een beslissing die je moet nemen, een gesprek dat blijft hangen of gewoon zo’n hoofd waarin twintig gedachten tegelijkertijd om aandacht vragen.
En wat doen we dan vaak?

We gaan nóg harder nadenken.

We zetten alles op een rijtje. Wegen voors en tegens af. Voeren gesprekken in ons hoofd die nog helemaal niet hebben plaatsgevonden. En voor je het weet ben je een uur verder en sta je nog precies waar je stond.
Soms helpt het dan om iets heel eenvoudigs te doen.

Naar buiten gaan.

Niet om het probleem weg te wandelen.
Niet om ineens nergens meer aan te denken.
Maar juist om je aandacht wat meer ruimte te geven.

Je hoofd hoeft het niet alleen te doen

Wanneer we ergens mee worstelen, zijn we geneigd de oplossing vooral in ons denken te zoeken.

Maar wij zijn natuurlijk meer dan ons hoofd.

Tijdens het wandelen verandert er iets. Je lichaam komt in beweging. Je voelt de grond onder je voeten, merkt de temperatuur op je huid, hoort geluiden om je heen en ziet dingen waar je achter je scherm misschien helemaal niet bij stilstaat.

Je aandacht wordt als het ware breder.
Het probleem is er misschien nog steeds, maar het krijgt gezelschap van de rest van de wereld.
En alleen dát kan al verschil maken.

Van denken naar waarnemen

Je hoeft tijdens zo’n wandeling niet bewust een mindfulnessoefening te doen.
Sterker nog: maak er vooral niet meteen weer een opdracht van.
Je kunt simpelweg eens opmerken wat er gebeurt.

Hoe snel loop je eigenlijk?
Zijn je schouders ontspannen of opgetrokken?
Hoor je vogels, verkeer, stemmen, wind?
Wat zie je als je niet alleen naar de grond voor je kijkt?

Misschien merk je na een tijdje dat je gedachten nog steeds komen, maar dat je er iets minder middenin zit.
Er ontstaat wat afstand.
En soms verschijnt juist in die ruimte een gedachte waar je achter je bureau niet bij kon komen.

Wandelen hoeft niets op te lossen

Dat vind ik misschien wel het belangrijkste.

We zijn zo gewend geraakt om bijna alles wat we doen een doel te geven.

We bewegen om fitter te worden.
We mediteren om rustiger te worden.
We slapen om morgen weer te kunnen presteren.
En dan zouden we ook nog moeten wandelen om onze problemen op te lossen.
Maar wat als je gewoon eens loopt?

Zonder stappen te tellen. Zonder podcast in je oren. Zonder onderweg alweer drie telefoontjes af te handelen.
Gewoon jij, je lichaam en de omgeving waarin je loopt.
Misschien komt er een antwoord.

Misschien ook niet.
Maar soms hoef je niet onmiddellijk een antwoord te vinden om toch een stap verder te komen.

Een kleine uitnodiging

Heb je vandaag iets waar je hoofd maar rondjes omheen blijft draaien?
Trek dan eens je schoenen aan en ga tien of twintig minuten naar buiten.
Laat je telefoon desnoods in je zak.
Probeer onderweg niet te bedenken wat je zou moeten voelen of ontdekken. Kijk alleen eens wat je opmerkt.En stel jezelf halverwege één eenvoudige vraag:

Wat weet ik nu, wat ik aan het begin van deze wandeling nog niet wist?

Het antwoord mag ook zijn: niets.
Want misschien was het belangrijkste van die wandeling wel dat je even niet alles hoefde op te lossen.