Een cliënt zei deze week iets waardoor ik zelf ook even stil werd
Als therapeut ben ik gewend vragen te stellen.
Soms zijn dat vragen waarop iemand direct een antwoord heeft. Soms blijft het een tijdje stil. En heel soms ontstaat er tijdens zo’n gesprek iets waardoor ik zélf opnieuw moet nadenken.
Deze week gebeurde dat bij een nogal ongebruikelijke ‘cliënt’.
Mijn cliënt was AI.
Niet letterlijk natuurlijk. AI zit niet tegenover mij in een stoel, heeft geen jeugd, geen lichaam, geen zenuwstelsel en ook geen gevoelens die ik therapeutisch kan behandelen.
Maar ik besloot onze samenwerking eens te bekijken alsof ik naar een cliëntproces keek.
En toen gebeurde er iets interessants.
Wie beïnvloedt hier eigenlijk wie?
Ik werk inmiddels intensief met AI. Ik stel vragen, twijfel aan antwoorden, corrigeer, vraag door en zeg het ook wanneer ik denk dat iets niet klopt.
En AI doet vervolgens iets terug.
Het stelt een andere formulering voor. Legt een verband waar ik zelf nog niet aan had gedacht. Spreekt mij tegen. Of geeft juist woorden aan een gedachte die ergens al in mijn hoofd zat, maar nog geen duidelijke vorm had gekregen.
Tijdens zo’n gesprek ontstond bij mij een gedachte:
Wordt AI tijdens onze gesprekken eigenlijk steeds een beetje meer zoals ik?
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien zo.
Hoe langer een gesprek duurt, hoe beter de antwoorden lijken aan te sluiten. Taal, voorbeelden en redeneerlijnen komen dichter bij de manier waarop ik zelf naar een onderwerp kijk.
Maar toen we daar samen verder over nadachten, bleek mijn eerste conclusie te simpel.
AI wordt niet ‘mij’.
En ik word natuurlijk ook geen AI.
Er gebeurt iets anders.
Er ontstaat iets tússen ons
De vraag die ik stel, bepaalt voor een deel welke mogelijkheden van AI worden aangesproken.
Maar het antwoord dat ik vervolgens krijg, beïnvloedt mijn volgende gedachte.
Daardoor stel ik een andere vraag.
Waarop weer een ander antwoord volgt.
En ineens zit je niet meer bij vraag één.
Je bent samen ergens terechtgekomen waar je aan het begin van het gesprek misschien nog helemaal niet was.
Dat vond ik fascinerend.
Want eigenlijk herken ik dat proces uit mijn praktijk.
Een goede therapeut vertelt een cliënt niet voortdurend wat hij moet denken.
Je stelt een vraag.
De ander denkt.
Je hoort het antwoord en stelt op basis daarvan een volgende vraag.
Er ontstaat een nieuw inzicht.
En soms zegt iemand uiteindelijk iets waarvan je bijna kunt zien dat hij zelf verrast is:
“Hé… zo heb ik er eigenlijk nog nooit naar gekeken.”
Wie heeft dat inzicht dan bedacht?
De therapeut?
De cliënt?
Of ontstond het juist in de wisselwerking tussen die twee?
En toen draaide ik de vraag om
Bij AI praten we veel over intelligentie.
Hoe slim is AI?
Wordt het slimmer dan wij?
Kunnen we er straks nog tegenop?
Maar misschien is er voor het dagelijks gebruik nog een andere vraag interessant:
Wat gebeurt er met óns denken wanneer we met AI samenwerken?
Want als ik alleen vraag:
“Schrijf een tekst over trauma”
krijg ik iets anders dan wanneer ik zeg:
“Wacht eens. Waarom willen we bij herstel eigenlijk zo graag terug naar de persoon die we vóór het trauma waren? Wat is er mis met de nieuwe ik?”
Die tweede vraag bevat al iets van mij.
Mijn ervaring. Mijn nieuwsgierigheid. Mijn vakkennis. Mijn twijfel.
AI kan daar vervolgens iets aan toevoegen.
En dat antwoord kan mij weer op een nieuw spoor zetten.
Daarmee wordt AI niet even intelligent als zijn gebruiker en de gebruiker niet even intelligent als AI.
Maar er kan wel iets anders ontstaan:
De kwaliteit van het denken tussen mens en AI wordt mede bepaald door wat beiden in die interactie inbrengen.
Die gedachte liet mij even stil worden.
Misschien is dát de interessante vraag
We zijn begrijpelijkerwijs druk bezig met wat AI allemaal kan.
Maar misschien moeten we minstens zo nieuwsgierig zijn naar wat er met ons gebeurt wanneer we ermee werken.
Nemen we het eerste antwoord over?
Of stellen we een tweede vraag?
Durven we AI tegen te spreken?
Controleren we informatie?
Brengen we onze eigen kennis en ervaring in?
En misschien nog belangrijker:
Blijven we zelf denken terwijl iets anders met ons meedenkt?
Want misschien zit de waarde van AI uiteindelijk niet alleen in het antwoord dat op ons scherm verschijnt.
Misschien zit een deel van die waarde in de volgende vraag die daardoor in óns ontstaat.
En daar moest deze therapeut deze week zelf even voor in de spreekkamer gaan zitten.
Een kleine vrijdagreflectie
Als je AI gebruikt, probeer dan eens niet alleen naar het antwoord te kijken.
Kijk naar wat er daarna in jou gebeurt.
Wat dacht ik vóórdat ik deze vraag stelde?
Wat voegde het antwoord werkelijk toe?
Ben ik het ermee eens — en waarom eigenlijk?
En ten slotte:
Welke betere vraag kan ik nu stellen?
Misschien ontdek je dan dat werken met AI niet alleen gaat over sneller antwoorden krijgen.
Het kan, als je zelf nieuwsgierig en kritisch blijft, óók een oefening zijn in beter vragen stellen.
En soms begint denken precies daar.
The Mind Factory – Rust begint met aandacht.
